Goed snoeien... Een overzicht per rozengroep

Verdedelde struikrozen


  Dit zijn grote of kleine veredelde rozen die met een aantal takken uit de grond komen. Echte struikvormen dus. Die moet je allemaal pas in het voorjaar snoeien. Dat doe je tussen 1 maart en 1 april. Doe je dat al in het najaar, dan kunnen de takken ver invriezen en dat wil je niet. Hoe kleiner de tuin, hoe korter je snoeit.

Je hebt grootbloemige rozen waarbij de bloemen apart op lange takken staan en trosrozen waarbij een hele groep bloemen en bloemknoppen in een tros aan elke tak bij elkaar staan. In feite maakt dat voor de snoei niet uit. Snoei de takken op z’n kortst tot 10 cm boven de grond af. Maar laat de takken liever wat langer (zo’n 30 tot 40 cm). Je zult zien dat je meer bloemen krijgt naarmate je hoger snoeit.

Haal eerst het dode hout weg en ook alle spichtige, dunne takjes. Dat wordt toch niks. Eventueel kun je ook een paar overjarige takken wegnemen. Dat zijn takken die al zo’n 2 à 3 jaar oud zijn. Die zijn erg verhout en bloeien niet meer zo rijk. De beste takken om te laten staan zijn één jaar oude takken die gezond en krachtig uit de grond komen. Verwijder ook zogenaamde 'wilde scheuten'. Dat zijn lichtgroene takken die veel meer doorns hebben dan de andere takken. Die moet je echt weghalen, anders gaan ze al heel snel de hele struik overheersen. Het zijn takken van de ‘wilde’ onderstam. Die scheuten moet je niet afsnoeien, maar zoek de oorsprong op (bij de wortels in de grond) en trek ze daar van de struik af.

Snoei de rozentakken altijd boven een naar buiten wijzend oog af. Een 'oog' is een soort knopje waar een nieuwe tak uit groeit. Die zit boven een plek waar een blad heeft gezeten. Dat kun je meestal nog wel zien. Een rozenstruik moet open worden gesnoeid. Er moet veel licht en lucht tot in het hart van de struik kunnen doordringen. Vandaar dat je boven zo’n naar buiten wijzend oog moet snoeien, dan krijg je ook een naar buiten groeiende tak die rijk zal bloeien.

Uitgebloeide bloemen weghalen


  Als je van de zomer uitgebloeide bloemen wegknipt, moet je dat kort boven een blad met vijf deelblaadjes doen (een zogenaamd vijfblad), niet boven een blad met drie blaadjes. Alleen als je boven een vijfblad snoeit, groeit er weer een sterke, bloeibare tak uit de okselknop van dat blad.


De zogenaamde heesterrozen


  Daar worden de wilde (botanische) struikrozen onder verstaan of veredelde vormen die daar dicht bij staan. Ze groeien vaak veel sterker en fijner vertakt - en met meer stekels - dan de veredelde struikrozen. Ze hebben meestal enkele (dus geen gevulde) bloemen die vaak in trossen staan. Deze rozen moet je niet zo kort knippen. Kort de takken voor een deel in en haal ieder voorjaar enkele oude takken weg. Dan houd je ze binnen de perken. Heb je ruimte genoeg, dan kun je ze fors laten uitgroeien en hoef je nauwelijks te snoeien. Veel oude heesterrozenrassen bloeien eenmaal enorm rijk in de zomer. De nieuwere rassen zijn doorbloeiers. Die bloeien net als de struikrozen onafgebroken van juni/juli tot de vorst invalt.

Miniatuurrozen

Dit zijn in feite kleine struikroosjes, maar je hoeft ze niet zo kort snoeien. Haal ‘kwarrige’, iele takjes helemaal weg en kort de rest een stukje in. Dat is alles. Vergeet na de snoei niet ze rozenmest te geven.

Bodembedekkende rozen

Die hoef je in principe niet te snoeien. Haal delen van takken weg als ze hinderlijk worden. Eventueel in het voorjaar enkele oude wegnemen.

Stamrozen

Bij de stamrozen kun je twee vormen onderscheiden. Het zijn óf opgaande struikrozen die op een onderstam zijn geënt óf het zijn bodembedekkende of klimrozen op een onderstam. Bij de eerste groep moet je de kroon snoeien alsof het een gewone struikroos is - en dat is het ook, hij is alleen op een pootje gekweekt. De tweede groep heeft vaak een treurvorm. Daarvan kun je de takken eventueel net als bij de klimroos snoeien. Maar in principe moet je er niet zoveel aan doen. Zorg gewoon dat de plant een mooie vorm met lange treurende takken houdt. Haal wel oud en dood hout weg.

Klimrozen


  De rozen uit deze groep moet je weer anders behandelen. Deze planten bloeien het rijkst aan takken die in het vorige groeiseizoen zijn gevormd. Ook zijn de bloemen aan zulke jonge takken vaak groter dan aan de oude takken. Bind de jonge takken dan ook zorgvuldig aan. Wees er zuinig op. Snoei ze niet of haal hooguit de top eraf als ze echt te lang zijn. Je moet zulke takken zijwaarts gebogen aanbinden. Dat verbetert niet alleen de vorming van nieuwe (grond)scheuten, maar er zullen uit die tamelijk horizontaal tot boogvormig geleide takken verticale bloeischeuten te voorschijn komen.

De dikste uit het hoogste punt van de boog of - als de tak schuin omhoog wijst - de scheut die het dichtst bij de hoofdtak staat. Daaraan zullen ze rijk bloeien. Als er voldoende nieuwe scheuten door de plant zijn gevormd, kunnen er enkele oude takken die bijna geen zijscheuten meer vormen dicht bij de grond worden weggenomen. Ook takken die bij het opbinden in de weg blijken te zitten en dood hout, haal je natuurlijk weg. In Engeland worden klimrozen vaak al in het najaar gesnoeid (uitgedund), bij ons doen we het liever ook tussen 1 maart en 1 april. De spectaculaire hoge 'ramblers' die in Engeland en Frankrijk tot vele meters hoog in bomen groeien worden helemaal niet gesnoeid.
 
     
 








 

© Vijver- en Tuincentrum Pelckmans 2008 (Lommel - Merksplas)